50 Jaar Ark … 50jaar predikanten

“Karel, wil jij in het kader van 50 jaar Ark  een stukje in het kerkblad schrijven over 50 jaar predikanten?” Een vraagje van Mario, dat ik bevestigend heb beantwoord. Nu ik er voor zit, besluit ik het te schrijven vanuit mijn persoonlijke herinnering, dus niet objectief. Geen geschiedenis, maar ik deel vanuit mijn ervaring met onze voorgangers.

Wij kwamen hier wonen op 6 juni 1978, ruim anderhalf jaar na de ingebruikname van de Ark. Daar kerkten toen een wijkgemeente van de gereformeerde kerk, een hervormde wijkgemeente en een parochie. Organisatorisch strikt gescheiden, de mis was om 11:30 en hervormde en gereformeerde ambtsdragers deden om en om dienst om 9:00 en 10:00 uur. En om 19:00 om en om een hervormde of gereformeerde avonddienst. Het kerkvolk zocht steeds vaker een tijdstip dat bij de gezinssituatie paste en lette steeds minder op de gezindte. Het enige gezamenlijk georganiseerde was het Hervormd Gereformeerd Jeugdwerk Maarssenbroek (HGJM), later omgekeerd naar GHJM vanwege hervormde verwarring en alfabetische volgorde.

Voldoende inleiding, de dominees! Eerst een schematisch overzicht:

De eerste wijkpredikant was ds. Rudi Oranje, wel te verstaan, van de gereformeerde wijk. Hij was bepaald geen dominee van wat hoorde, maar meer van wat kon. En dat laatste was veel bij hem, zo kon een tiener de preek doen bijvoorbeeld. Hij kroop graag zelf achter zijn elektronisch orgel, zeker bij de beroemde, danwel beruchte potten en pannen diensten. De laatste dienst voor de vakantie mocht iedereen die dat wilde een muziekinstrument meenemen en in elk huis was wel een pan met een lepel, of twee deksels, of houten blokken of … En met al die muziekinstrumenten werd dan het slotlied begeleid en dat gebeurde met groot enthousiasme. Vooral jongeren waardeerden zijn dynamiek, maar voor anderen mocht het wel wat minder.

In de hervormde wijk was de wijkpredikant van Wijk-1 uit het dorp, ds. van den Heuvel, consulent. Omdat wij hierheen kwamen met een nog ongedoopte baby hadden wij met hem het eerste persoonlijke contact, wij vonden hem vriendelijk correct, en vastbesloten om nieuwkomers actief te krijgen binnen de groeiende wijkgemeente. Wij wilden wel actief worden in het jeugdwerk als we wat meer kennis hadden gemaakt met de gemeente. “Ja hoor eens, als iedereen in Maarssenbroek wacht met actief worden tot ze de gemeente kennen, komt er niets van de grond.” De week daarop stond de jeugdouderling op de stoep: “Ds. van den Heuvel zei dat jullie actief willen worden in het jeugdwerk, nou dat kan.” Zo werd 1978/79 mijn eerste seizoen jeugdwerk. Kort daarop kreeg de hervormde wijk haar eerste eigen predikant, ds. Stehouwer, door de wol geverfd wist hij koers te houden tussen de hervormde modaliteiten naar waar we nu zijn. Hij bracht / hield het hervormde smaldeel van onze wijk samen. En dat niet alleen, maar bijvoorbeeld op het gebied van de catechisatie, tot dan toe strikt gescheiden, ontstonden gezamenlijke initiatieven met de tweede gereformeerde wijkpredikant ds. Han Marsman, diens specialiteit, als ik het mij goed herinner. Van hem zal mij altijd bijblijven dat hij om het verdriet van een ander emotioneel kon worden en er zich dan niet voor schaamde dat er tranen vloeide. Na ds. Han Marsman beriep het gereformeerde smaldeel het predikanten echtpaar Inge Smidt en John Boon, beiden voor 50% en heel verschillende dominees. John hield  van de discussie bij afwijkende meningen en Inge probeerde jouw andere gedachtegang te begrijpen. Met beiden mocht ik als hervormde de basiscathechese doen. Een mooi voorbeeld van de werkwijze van Inge was het volgende. Ark-beslissingen moesten door beide wijkkerkenraden worden gedragen, maar de besluitvorming gereformeerd was zeker tweemaal zo snel als die van hervormd. De meningen leken gevormd: gereformeerd doordrammen tegenover hervormd getraineer. Inge Smidt heeft toen een avond belegd waarop ze aan de hand van de beide kerkordes het cultuurverschil uit de doeken deed. Ik vat het zo samen: de gereformeerde kerkorde, minder dan half zo dik als de hervormde is een doe-boek en de hervormde kerkorde een overdenk-boek. Dat is geen kwalificatie, beide zijn prachtig. Maar ze laten wel een cultuurverschil zien en als we samen willen gaan, moeten we dat altijd in ons achterhoofd houden.

Na het emeritaat van ds. Stehouwer ontstaat er wat wrevel over en weer, jammer zo’n obstakel in het samen op weg proces. Ds. André Drost neemt het stokje van ds. Stehouwer over, de eerste hervormde dominee die een voornaam krijgt in de communicatie. Zou dat ook aan het cultuurverschil liggen, het verschil in kerkorde? Van hem blijven mij bij: zijn creativiteit op het liturgisch centrum, voor, tijdens of na de preek iets laten zien om iets anders duidelijk te maken. Vrij kort na zijn aantreden vertrok het predikanten echtpaar en maakte zo de weg vrij voor ds. Ronald Blokland en met zijn komst kon het samensmelten van hervormd en gereformeerd voortgang vinden via Samen Op Weg naar wat het nu is: één PKN wijkgemeente Dominee Drost werd opgevolgd door ds. Jan Wolswinkel, om wiens komst de dominee bij wie ik belijdenis heb gedaan mij feliciteerde: “Karel met hem krijgen jullie een pastor, een echte herder.” Dat hebben Marjolijn en ik aan den lijve mogen ervaren. Ik wil nog noemen, de wandelgroep, de Israël reizen en de Thomasvieringen. Ook Jan Wolswinkel bereikte hier zijn emeritaat en ds. Ina de Boon nam van hem het stokje over. Aanstekelijk enthousiast en vol ideeën, gemeentebreed. Ze lijkt wel alles te kunnen, daar heeft de Arkgemeente van kunnen genieten. Maar ook in groter verband kwam onder haar voorzitterschap van de Algemene Kerkenraad in Maarssen de fusie tot stand tot één PKN gemeente Maarssen. Ook Ina de Boon ging met emeritaat en emigreerde naar Drenthe.

En Ronald Blokland die groeide bij ons verder met drie verschillende collega’s naast zich, en hij bleef … nog één jaar. Achteromkijkend zijn we door onze predikanten onderweg gekneed tot de PKN-ers die we nu zijn met elkaar. Daar mogen we dankbaar voor zijn.

En nu, aan het begin van dit jubileumjaar zijn we weer waar we begonnen: zonder eigen predikant met een beroepingscommissie, …eh …nee niet waar, niet twee maar één beroepingscommissie. We zijn een grote stap verder. De laatste predikant in die 50 jaar zit hopelijk in het vat, we zijn benieuwd.

U, je, mag me op dit stukje aanspreken.

Karel van der Wal